Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

zelfvoorzienend

Geschiedenis havo

Een economie waarin een gemeenschap vrijwel alles zelf maakt wat zij nodig heeft, met weinig handel over afstand.

Hoort bij Orientatiekennis, eindterm B3.

Waar je dit tegenkomt

Begrippen die hierbij horen

feodale verhoudingen
Bestuur als keten van persoonlijke afspraken, waarin een heer een leen geeft aan een vazal in ruil voor trouw en militaire dienst.
hofstelsel
De manier waarop een landgoed draaide, met een heer en horigen die arbeid en een deel van de oogst leverden in ruil voor grond en bescherming.
horigheid
De positie van een boer die niet vrij is om te vertrekken en verplichtingen heeft tegenover zijn heer.
leen
Grond of een recht dat een heer aan een vazal geeft in ruil voor trouw en dienst.
ancien regime
De oude orde van vorst, adel en geestelijkheid met hun voorrechten, zoals die voor de revoluties bestond.
bezetting
De situatie waarin een vreemde mogendheid het gezag in een land uitoefent, zoals Duitsland in Nederland deed.
collaboratie
Het samenwerken met de bezetter, van meegaan in de uitvoering van maatregelen tot actieve steun.
handelskapitalisme
Een economie waarin winst uit handel over lange afstand wordt herbelegd, met compagnieen die wereldwijd opereren.

Hetzelfde woord bij een ander vak

Overhoor jezelf op dit begrip Hele begrippenlijst