staatsvorming
Geschiedenis havoHet proces waarin een vorst vaste belastingen, eigen ambtenaren en eigen recht in handen krijgt.
Hoort bij Orientatiekennis, eindterm B4.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- centralisatie
- Het samenbrengen van bestuur en macht bij een centraal gezag, in plaats van verspreid over lokale heren.
- primaat
- De vraag wie de hoogste macht heeft, de wereldlijke of de geestelijke.
- stedelijke burgerij
- De groep stadsbewoners die niet bij de adel of de geestelijkheid hoort en haar positie ontleent aan handel en ambacht.
- industriele revolutie
- De overgang naar productie met machines in fabrieken, die de basis legde voor een industriele samenleving.
- wapenwedloop
- Het over en weer uitbreiden van bewapening, waarbij elke kant reageert op wat de ander doet.
- confessionalisme
- De stroming die het geloof als grondslag voor politiek handelen neemt en zich organiseert in eigen partijen en verenigingen.
- verzet
- Handelen tegen de bezetter, van illegale bladen en valse papieren tot onderduik en gewapende actie.
- sociale kwestie
- De discussie over de armoede en de werkomstandigheden van arbeiders die bij de industrialisatie hoorden.