primaat
Geschiedenis havoDe vraag wie de hoogste macht heeft, de wereldlijke of de geestelijke. Het conflict daarover draait om benoemingen en gezag.
Hoort bij Orientatiekennis, eindterm B4.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- centralisatie
- Het samenbrengen van bestuur en macht bij een centraal gezag, in plaats van verspreid over lokale heren.
- staatsvorming
- Het proces waarin een vorst vaste belastingen, eigen ambtenaren en eigen recht in handen krijgt.
- stedelijke burgerij
- De groep stadsbewoners die niet bij de adel of de geestelijkheid hoort en haar positie ontleent aan handel en ambacht.
- monotheisme
- Het geloof in een enkele god.
- handelskapitalisme
- Een economie waarin winst uit handel over lange afstand wordt herbelegd, met compagnieen die wereldwijd opereren.
- voedseloverschot
- Meer voedsel dan de producenten zelf nodig hebben.
- modern imperialisme
- De vorm van koloniale overheersing die samenhing met de industrialisatie en gericht was op grondstoffen, afzetmarkten en prestige.
- totalitair
- Een staat waarin de partij niet alleen het bestuur beheerst maar ook pers, onderwijs, vrije tijd en gezin.