DNA dat zichzelf kopieert
Ongeveer 11 minuten. Twee strengen gaan los, en elke streng wordt het sjabloon voor een nieuwe.
Kopiëren met een sjabloon
De dubbele helix gaat als een rits open. Beide strengen dienen daarna als sjabloon, dus na één ronde zijn er twee complete moleculen waar er één was.
Welke base waar komt, staat vast: A tegenover T en C tegenover G. Daardoor ligt de nieuwe streng volledig vast door de oude, en is kopiëren geen kwestie van kiezen.
DNA-polymerase zet de bouwstenen aan elkaar en controleert onderweg. Toch blijft er af en toe een fout staan, en dat is de bron van mutaties en dus van variatie.
Replicatie gebeurt vóór elke celdeling, in de fase tussen twee delingen. Zonder die kopie zou elke dochtercel maar de helft van het DNA krijgen, en dat is precies wat niet mag gebeuren.
Eén oude, één nieuwe streng
Daarom heet het semiconservatief: de helft blijft bewaard.
Zo vul je een streng aan
Schrijf de gegeven streng op
Let op de richting die erbij staat.
Zet onder elke base de partner
A bij T, T bij A, C bij G, G bij C.
Controleer op uracil
In DNA staat geen U; die hoort bij RNA.
Tel na
Even veel basen als de gegeven streng.
Benoem het resultaat
Eén oude en één nieuwe streng samen.
De fout die bijna iedereen maakt
Na replicatie bestaat een nieuw DNA-molecuul uit twee nieuwe strengen.
De oude strengen verdwijnen niet; ze gaan los van elkaar en zitten elk in een ander nieuw molecuul. Dat is wat semiconservatief betekent, en het is in experimenten met zware isotopen ook precies zo aangetoond.
Replicatie en transcriptie door elkaar
Replicatie maakt een kopie van al het DNA en levert DNA op. Transcriptie leest één gen en levert RNA op, met uracil. Zie je een U in het antwoord, dan ging het over transcriptie.
Check jezelf
Wat betekent semiconservatief?
Welke base hoort bij C?
Wanneer gebeurt replicatie?
Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 9-10-2026.