Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
9 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
resorptie
De opname van bouwstenen door de darmwand in het bloed. Dit gebeurt vooral in de dunne darm, die daarvoor vol plooien en darmvlokken zit.
-
chemische vertering
Grote moleculen in het voedsel in stukjes knippen met enzymen. Daarna zijn de deeltjes klein genoeg om je bloed in te gaan.
-
enzym
Een eiwit dat een reactie in een cel versnelt zonder zelf op te raken. Elk enzym past maar op een bepaalde stof, en bij te hoge temperatuur of de verkeerde pH verliest het zijn vorm en daarmee zijn werking.
-
vertering
Het knippen van grote moleculen uit je eten tot bouwstenen die klein genoeg zijn om door de darmwand te gaan. Verteren is nog niet opnemen.
-
zetmeel
Een lange keten van aan elkaar geplakte glucosemoleculen, de manier waarop een plant suiker opslaat. Je speeksel knipt hem in stukken.
-
eiwit
Een voedingsstof die je gebruikt als bouwstof, bijvoorbeeld voor spieren. In je maag worden eiwitten in kleinere stukjes geknipt.
-
darmvlok
Een klein uitstulpinkje in de wand van je dunne darm. Miljoenen ervan maken het oppervlak enorm, zodat je veel kunt opnemen.
-
dunne darm
Het deel van je verteringsstelsel waar voedingsstoffen je bloed in gaan. De wand zit vol darmvlokken en is daardoor erg groot van binnen.
-
mechanische vertering
Voedsel fysiek kleiner maken, door kauwen en door het kneden van je maag en darmen. De stof zelf verandert daarbij niet.