fenotype
Biologie havoWat je aan een organisme kunt waarnemen. Het fenotype hangt af van het genotype én van de omgeving.
Hoort bij Erfelijkheid en voortplanting, eindterm E4.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- allel
- Een van de varianten van een gen.
- dominant
- Een allel dat het kenmerk laat zien ook als er maar één van is.
- genotype
- De allelen die iemand heeft, dus wat er in het DNA staat.
- kruisingsschema
- Een schema waarin je de geslachtscellen van beide ouders tegen elkaar uitzet, zodat je ziet welke genotypen de kinderen kunnen krijgen en in welke verhouding.
- recessief
- Een allel dat het kenmerk alleen laat zien als er geen dominant allel naast staat, dus bij twee dezelfde.
- stamboom
- Een schema van een familie waarin je ziet wie een kenmerk heeft.
- chromosoom
- Een opgerolde streng DNA.
- bevruchting
- Het samensmelten van een eicel en een zaadcel tot één cel met een compleet stel chromosomen.