DNA
Biologie havoHet molecuul waarin de erfelijke informatie staat, in de volgorde van vier basen. De twee strengen passen op elkaar, en dat maakt kopiëren mogelijk.
Hoort bij Erfelijkheid en voortplanting, eindterm B1.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- celkern
- Het deel van de cel waarin het DNA ligt.
- codon
- Een groepje van drie basen in het mRNA dat voor één aminozuur staat.
- eiwitsynthese
- Het maken van een eiwit naar het voorbeeld van een gen: eerst wordt het gen overgeschreven in RNA, daarna wordt dat RNA buiten de kern vertaald in een rij aminozuren.
- transcriptie
- De eerste stap van eiwitsynthese: een gen wordt in de kern overgeschreven in mRNA.
- translatie
- De tweede stap: het mRNA wordt buiten de kern per drie basen gelezen en omgezet in aminozuren, die aan elkaar geregen worden tot een eiwit.
- haploïd
- Met één chromosoom van elke soort.
- levenscyclus
- De vaste reeks fasen die een soort doorloopt, van bevruchting tot volwassen en weer voortplanten.
- fenotype
- Wat je aan een organisme kunt waarnemen.