levenscyclus
Biologie havoDe vaste reeks fasen die een soort doorloopt, van bevruchting tot volwassen en weer voortplanten. Per soort ligt de nadruk ergens anders.
Hoort bij Erfelijkheid en voortplanting, eindterm C2.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- ongeslachtelijke voortplanting
- Nageslacht uit één ouder, genetisch identiek.
- genotype
- De allelen die iemand heeft, dus wat er in het DNA staat.
- homozygoot
- Met twee dezelfde allelen voor een kenmerk.
- allel
- Een van de varianten van een gen.
- mitose
- De gewone celdeling, waarbij twee cellen ontstaan met precies hetzelfde DNA.
- chromosoom
- Een opgerolde streng DNA.
- bevruchting
- Het samensmelten van een eicel en een zaadcel tot één cel met een compleet stel chromosomen.
- dominant
- Een allel dat het kenmerk laat zien ook als er maar één van is.