periode
Wiskunde B havoDe lengte van één herhaling van een periodieke grafiek.
Hoort bij Functies, grafieken en vergelijkingen, eindterm B4.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- amplitude
- De uitwijking van een sinusoïde vanaf de evenwichtsstand.
- evenwichtsstand
- De middenlijn van een sinusoïde, het gemiddelde van de hoogste en de laagste waarde.
- sinusoïde
- Een grafiek met de vorm van een sinus, beschreven door evenwichtsstand, amplitude, periode en beginpunt.
- logaritme
- De exponent waartoe je het grondtal moet verheffen om een getal te krijgen.
- omgekeerd evenredig
- Een verband waarbij het product van de twee grootheden gelijk blijft.
- verticale asymptoot
- Een verticale lijn waar de functie niet bestaat en de grafiek naar oneindig loopt.
- richtingscoëfficiënt
- Het getal dat aangeeft hoeveel y stijgt als x met één toeneemt.
- ongelijkheid
- Een opgave waarbij je het gebied zoekt waar iets groter of kleiner is.