Naar de inhoud

Wiskunde A havo

Telproblemen aanpakken

Ongeveer 8 minuten. Teken het uit, dan zie je of je moet optellen of vermenigvuldigen.

Moeten er keuzes achter elkaar, dan vermenigvuldig je. Gaat het om keuzes in plaats van elkaar, dan tel je op.

En of of

Kies je een shirt én een broek, dan komt bij elk shirt elke broek. Drie shirts en twee broeken geeft 3 × 2 = 6 combinaties.

Kies je een shirt óf een trui, dan is het er maar één. Drie shirts en twee truien geeft 3 + 2 = 5 mogelijkheden.

Dat ene woordje bepaalt alles. Staat het er niet, teken dan een boomdiagram: dan zie je vanzelf of de takken zich vertakken of naast elkaar liggen.

Teken de takken

drie shirts, twee broekenS1B1B2S2B1B2S3B1B26combi's3 × 2 = 6

Elk shirt krijgt alle broeken. Daarom vermenigvuldig je.

In 3 stappen

1

Schrijf de keuzes onder elkaar

Hoeveel keuzes zijn er, en hoeveel mogelijkheden per keuze? Zet dat eerst op papier.

2

Bepaal en of of

Moet alles gekozen worden, dan vermenigvuldigen. Is het één uit een rijtje, dan optellen.

3

Let op herhaling

Mag een keuze twee keer voorkomen? Een pincode mag 0000 zijn, maar drie verschillende prijswinnaars niet.

De fout die bijna iedereen maakt

Je kiest uit 3 voorgerechten en 4 hoofdgerechten. Hoeveel menu's zijn er?

3 + 4 = 7klopt niet

Je neemt een voorgerecht én een hoofdgerecht, dus bij elk voorgerecht komen alle vier de hoofdgerechten. Optellen doe je alleen als je er één van de twee kiest.

Mag iets twee keer?

Bij een pincode van vier cijfers mag elk cijfer opnieuw gebruikt worden: 10 × 10 × 10 × 10. Bij het trekken van drie verschillende winnaars uit twintig deelnemers niet: 20 × 19 × 18. Lees de opgave daar scherp op.

Check jezelf

Je kiest een kleur uit 5 en een maat uit 3. Hoeveel combinaties?

Bij elke kleur komen alle maten, dus 5 × 3 = 15.

Je mag één boek kiezen uit 6 romans of uit 4 thrillers. Hoeveel keuzes?

Het is één boek, uit de ene stapel óf de andere. Dus optellen: 6 + 4 = 10.

Hoeveel pincodes van 4 cijfers zijn er?

Elk cijfer heeft 10 mogelijkheden en mag herhaald worden: 10 × 10 × 10 × 10.

Uit 8 renners worden de eerste drie plekken verdeeld. Hoeveel volgordes?

De winnaar kan niet ook tweede worden, dus 8 × 7 × 6 = 336.

Hoort bij jouw boek

Kies je methode om te zien in welk hoofdstuk dit bij jou staat.

En nu?

Alle onderwerpen van wiskunde a havo Of kies een ander vak