Een tabel maken en lezen
Ongeveer 7 minuten. Een tabel is het rustigste gereedschap dat je hebt.
Waarom je er zo vaak mee begint
Een formule is abstract en een grafiek is onnauwkeurig af te lezen. Een tabel ligt ertussenin: concrete getallen die je zelf hebt uitgerekend.
Je vult hem in door voor een rij waarden van x de bijbehorende y uit te rekenen. Kies waarden die makkelijk rekenen, meestal 0, 1, 2, 3.
Staan de getallen er eenmaal, dan zie je het verband meteen: gelijke verschillen betekent lineair, gelijke quotiënten betekent exponentieel.
Van formule naar tabel
Bij a = 0 lees je de startwaarde af. De verschillen geven de a van de formule.
In 3 stappen
Kies je waarden
Neem 0, 1, 2 en 3 als dat mag. Vraagt de opgave om bepaalde waarden, gebruik dan die.
Reken elke rij apart uit
Vul de waarde in de formule in en schrijf het antwoord op. Schrijf je tussenstap op, dan zie je zelf waar een fout zat.
Kijk naar de verschillen
Zijn ze allemaal gelijk, dan is het verband lineair. Is elk getal een vast aantal keer het vorige, dan is het exponentieel.
De fout die bijna iedereen maakt
Je vult de formule k = 4 + 2a in voor a = 3. Wat komt eruit?
Vermenigvuldigen gaat vóór optellen. Zet bij twijfel haakjes om het stuk dat eerst moet: 4 + (2 × a). Dat scheelt een hoop fouten in een tabel.
Neem a = 0 mee
De rij waarin a nul is geeft je meteen de startwaarde van het verband. Dat is de b in y = ax + b, en vaak ook het antwoord op de vraag wat de vaste kosten zijn.
Check jezelf
Wat vul je in bij y = 3x − 5 voor x = 4?
In een tabel staat 2, 6, 18, 54. Wat voor verband is dit?
Waarom neem je vaak x = 0 mee in je tabel?
De verschillen in je tabel zijn 5, 5, 5 en 5. Wat weet je?