smeltpunt
Scheikunde vwoDe temperatuur waarbij een vaste stof vloeibaar wordt. Sterke bindingen tussen de deeltjes betekenen een hoog smeltpunt; daarom smelt zout veel moeilijker dan ijs.
Hoort bij Stoffen en materialen, eindterm B2.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- kookpunt
- De temperatuur waarbij een vloeistof overgaat in gas.
- apolaire stof
- Een stof waarvan de moleculen geen plus- en minkant hebben, zoals benzine en olie.
- verbinding
- Een stof waarin twee of meer soorten atomen aan elkaar vast zitten, zoals water of keukenzout.
- waterstofbrug
- Een extra sterke aantrekking tussen moleculen, als een waterstofatoom vast zit aan zuurstof, stikstof of fluor.
- ester
- De stof die ontstaat als een alcohol en een carbonzuur met elkaar reageren, waarbij water vrijkomt.
- composiet
- Een materiaal dat uit twee materialen bestaat die elkaar aanvullen, bijvoorbeeld sterke vezels in een kunststof.
- legering
- Een metaal waarin andere atomen zijn opgenomen, zoals staal of brons.
- macroniveau
- Het niveau van wat je kunt zien, ruiken en meten: een stof is wit, lost op, kookt bij een bepaalde temperatuur.