Rekenen met een reactievergelijking
Ongeveer 10 minuten. De getallen vóór de formules zijn je wisselkoers.
Waarom niet gewoon in gram?
In 2 H2 + O2 → 2 H2O staat dat er twee moleculen waterstof op één molecuul zuurstof reageren. Dat gaat over aantallen.
Maar een molecuul zuurstof is zestien keer zo zwaar als een molecuul waterstof. In gram klopt die verhouding dus totaal niet.
Vandaar de omweg: gram erin, mol ertussen, gram eruit. De vergelijking werkt alleen in dat middelste stuk.
De route die je altijd loopt
Alleen de middelste stap gebruikt de reactievergelijking. De twee buitenste gebruiken de molaire massa.
In 4 stappen van gram naar gram
Maak de vergelijking kloppend
Zonder kloppende getallen klopt je verhouding ook niet. Dit is altijd stap één, ook als de opgave er niet om vraagt.
Reken de gegeven stof om naar mol
n = m / M, met de molaire massa van die stof. Niet van de stof die gevraagd wordt.
Gebruik de verhouding uit de vergelijking
Staat er een 2 voor water en een 1 voor zuurstof? Dan hoort bij 3 mol zuurstof 6 mol water.
Reken terug naar gram
m = n × M, nu met de molaire massa van de gevraagde stof.
De fout die bijna iedereen maakt
Bij 2 mol waterstof hoort 1 mol zuurstof. Mag je dan ook zeggen: bij 2 gram waterstof hoort 1 gram zuurstof?
2 gram waterstof is 1 mol. Daar hoort een halve mol zuurstof bij, en dat is 0,5 × 32 = 16 gram. De verhouding uit de vergelijking geldt alleen in mol.
Streep aan wat gegeven is
Zet een streep onder de stof die je kent en een cirkel om de stof die gevraagd wordt. De meeste fouten komen doordat ergens de molaire massa van de verkeerde stof gebruikt is.
Check jezelf
2 H2 + O2 → 2 H2O. Hoeveel mol water krijg je uit 6 mol waterstof?
Waarom reken je altijd eerst om naar mol?
CH4 + 2 O2 → CO2 + 2 H2O. Hoeveel mol zuurstof is er nodig voor 0,50 mol methaan?
Welke stap mag je nooit overslaan?