eenheid
Natuurkunde havoWaarin je een grootheid uitdrukt, zoals meter, seconde of newton. Een antwoord zonder eenheid is op een examen niet goed.
Hoort bij Vaardigheden, eindterm A2.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- antwoordzin
- De laatste regel van je uitwerking, waarin de gevraagde grootheid, het getal en de eenheid staan.
- significante cijfers
- De cijfers in een getal die werkelijk gemeten zijn.
- recht evenredig
- Twee grootheden waarbij de ene twee keer zo groot wordt als de andere twee keer zo groot wordt.
- grootheid
- Iets dat je kunt meten, zoals lengte, tijd of kracht.
- binas
- Het tabellenboek dat je op het examen mag gebruiken, met formules, constanten en stofgegevens.
- macht van tien
- Een getal geschreven als een getal tussen 1 en 10 keer een macht van tien.
- omgekeerd evenredig
- Twee grootheden waarvan het product gelijk blijft, dus de ene wordt half zo groot als de andere verdubbelt.
- toevallige fout
- Een fout die per meting wisselt, bijvoorbeeld bij het aflezen.