Naar de inhoud
Inloggen

Atomen, moleculen en ionen

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

6 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. zout

    Een stof die uit ionen bestaat, positieve en negatieve netjes verdeeld in een rooster. De ladingen bepalen de verhouding, dus voorvoegsels gebruik je niet.

    Naar de les over Atomen, moleculen en ionen

  2. molecuul

    Twee of meer atomen die aan elkaar vastzitten. Water en zuurstof bestaan uit moleculen.

    Naar de les over Atomen, moleculen en ionen

  3. atoom

    Het kleinste deeltje van een element. Alles om je heen is eruit opgebouwd.

    Naar de les over Atomen, moleculen en ionen

  4. ion

    Een deeltje met een elektrische lading, positief of negatief. In een zout zitten positieve en negatieve ionen bij elkaar.

    Naar de les over Atomen, moleculen en ionen

  5. moleculaire stof

    Een stof die uit moleculen bestaat. Bij de naam hoort een voorvoegsel dat zegt hoeveel atomen er in het molecuul zitten.

    Naar de les over Atomen, moleculen en ionen

  6. reactieproduct

    Een stof die bij een reactie ontstaat. Die staat rechts van de pijl in de reactievergelijking.

    Naar de les over Atomen, moleculen en ionen

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 80 begrippen.

4 onderwerpen
2 onderwerpen
2 onderwerpen
2 onderwerpen
2 onderwerpen
1 onderwerp
1 onderwerp
1 onderwerp
3 onderwerpen
3 onderwerpen
Begin opnieuw