sociale mobiliteit
Maatschappijwetenschappen havoHet veranderen van positie op de sociale ladder, omhoog of omlaag. Weinig mobiliteit betekent dat je afkomst je toekomst sterk bepaalt.
Hoort bij Verhouding, eindterm C5.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- sociale ladder
- De rangorde van posities in de samenleving, meestal gemeten naar opleiding, beroep en inkomen.
- sociale ongelijkheid
- Een ongelijke verdeling van schaarse zaken, waarbij die verdeling van generatie op generatie doorwerkt.
- sociale institutie
- Een vast patroon van regels en gewoonten rond een maatschappelijke taak, zoals het onderwijs, het gezin of de rechtspraak.
- overheidsbeleid
- Wat de overheid doet om een maatschappelijk probleem aan te pakken.
- belangengroep
- Een groep die de belangen van haar leden wil behartigen, zoals een vakbond of een werkgeversorganisatie.
- macht
- Je wil kunnen doorzetten, ook als anderen dat niet willen.
- polarisatie
- Het uit elkaar groeien van groepen, waarbij de tegenstelling scherper wordt en de ruimte in het midden kleiner.
- gezag
- Macht die door de ander als terecht wordt gezien.