sociale ladder
Maatschappijwetenschappen havoDe rangorde van posities in de samenleving, meestal gemeten naar opleiding, beroep en inkomen. Wie van positie wisselt, maakt sociale mobiliteit door.
Hoort bij Verhouding, eindterm C1.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- levenskansen
- De kansen die iemand heeft op goede scholing, gezondheid, werk en wonen.
- sociale ongelijkheid
- Een ongelijke verdeling van schaarse zaken, waarbij die verdeling van generatie op generatie doorwerkt.
- polarisatie
- Het uit elkaar groeien van groepen, waarbij de tegenstelling scherper wordt en de ruimte in het midden kleiner.
- gezag
- Macht die door de ander als terecht wordt gezien.
- sociale institutie
- Een vast patroon van regels en gewoonten rond een maatschappelijke taak, zoals het onderwijs, het gezin of de rechtspraak.
- overheidsbeleid
- Wat de overheid doet om een maatschappelijk probleem aan te pakken.
- sociale mobiliteit
- Het veranderen van positie op de sociale ladder, omhoog of omlaag.
- machtsbron
- Waar iemands macht vandaan komt: geweld, geld, kennis, aantal of positie.