Moderne Tijd
Geschiedenis vwoDe periode vanaf 1800, tijdvak 8 tot en met 10.
Hoort bij Historisch besef, eindterm A3.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- Middeleeuwen
- De periode van ongeveer 500 tot 1500, tijdvak 3 en 4.
- Oudheid
- De periode van Griekenland en Rome, in deze indeling tijdvak 2.
- Prehistorie
- De tijd waaruit geen geschreven bronnen bestaan, in deze indeling tijdvak 1.
- Vroegmoderne Tijd
- De periode van 1500 tot 1800, tijdvak 5 tot en met 7.
- structurele oorzaak
- Een oorzaak die jaren of decennia doorwerkt, zoals economische verhoudingen of een politiek stelsel dat niet meer past.
- jaartelling
- De afspraak vanaf welk jaar je telt.
- verantwoording
- Het deel van een onderzoek waarin je vertelt welke bronnen je gebruikte, wat je liet liggen en waarom.
- standplaatsgebondenheid
- Dat iemand oordeelt vanuit de tijd, plaats en positie waarin hij staat.