Tijdvak 3, monniken en ridders
Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
5 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
zelfvoorzienend
Een economie waarin een gemeenschap vrijwel alles zelf maakt wat zij nodig heeft, met weinig handel over afstand.
-
hofstelsel
De manier waarop een landgoed draaide, met een heer en horigen die arbeid en een deel van de oogst leverden in ruil voor grond en bescherming.
-
leen
Grond of een recht dat een heer aan een vazal geeft in ruil voor trouw en dienst.
-
feodale verhoudingen
Bestuur als keten van persoonlijke afspraken, waarin een heer een leen geeft aan een vazal in ruil voor trouw en militaire dienst.
-
horigheid
De positie van een boer die niet vrij is om te vertrekken en verplichtingen heeft tegenover zijn heer.