tijdsvoorkeur
Economie vwoDe mate waarin iemand liever nu dan later consumeert.
Hoort bij Ruilen over de tijd, eindterm E1.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- intertemporele ruil
- Het verschuiven van koopkracht tussen twee momenten in de tijd.
- voorraadgrootheid
- Een grootheid die je op een moment meet, zoals vermogen op 1 januari.
- inflatie
- Een stijging van het algemene prijspeil.
- begrotingssaldo
- Het verschil tussen ontvangsten en uitgaven van de overheid over een jaar.
- staatsschuld
- Het totaal van alle openstaande schulden van de overheid op een moment.
- uitgestelde belastingheffing
- Dat een tekort van nu later alsnog uit belastingen moet worden betaald.
- belastingspreiding
- Belasting gelijkmatig over de jaren heffen, omdat het welvaartsverlies sneller groeit dan het tarief.
- waardevast
- Dat een uitkering meestijgt met de prijzen.