keynesiaanse kruis
Economie vwoHet model waarin het inkomen zich aanpast tot de bestedingen gelijk zijn aan de productie.
Hoort bij Goede tijden, slechte tijden, eindterm I4.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- belastinglek
- Het deel van extra inkomen dat naar de belasting gaat en dus niet wordt besteed.
- marginale consumptiequote
- Het deel van een extra euro inkomen dat wordt geconsumeerd.
- multiplier
- Het getal dat aangeeft hoeveel het inkomen stijgt bij een euro extra autonome bestedingen.
- spaarlek
- Het deel van extra inkomen dat wordt gespaard en dus niet wordt besteed.
- ecb
- De Europese Centrale Bank, die het monetair beleid voor de eurozone voert.
- bankrun
- Dat veel spaarders tegelijk hun geld opnemen, waardoor een bank niet meer kan uitbetalen.
- depreciatie
- Een daling van de waarde van een munt ten opzichte van een andere munt.
- refi-rente
- Het belangrijkste rentetarief waarmee de ECB stuurt.