Waarom een ecosysteem niet ontspoort
Ongeveer 11 minuten. Meer prooi geeft meer roofdier, en meer roofdier geeft minder prooi. Daarin zit de rem.
De remmen in een ecosysteem
Bij weinig individuen en veel voedsel groeit een populatie bijna exponentieel. Hoe voller het wordt, hoe meer concurrentie, ziekte en afval, en hoe kleiner de groei.
De draagkracht is het aantal dat een gebied kan onderhouden. Daarboven is de sterfte hoger dan de geboorte en zakt de populatie terug. De grafiek loopt daardoor als een S.
Prooi en roofdier regelen elkaar met vertraging. Meer prooi geeft later meer roofdieren, die drukken de prooi weer in. Daardoor schommelen beide curves, met de roofdierpiek na die van de prooi.
Hoe meer soorten en verbindingen, hoe meer veerkracht: valt er één weg, dan nemen andere het werk over. Een systeem met weinig soorten slaat eerder om, en dat is precies waarom biodiversiteit een stabiliteitsvraag is.
De rem op de groei
Hoe groter de populatie, hoe sterker de rem.
Zo lees je twee populatiecurves
Bepaal wie de prooi is
De prooi is talrijker en piekt eerder.
Zoek de vertraging
De roofdierpiek komt ná die van de prooi.
Benoem de terugkoppeling
Meer roofdieren drukken de prooi in.
Benoem de tweede helft
Minder prooi geeft later minder roofdieren.
Let op de draagkracht
Schommelen de curves rond een gemiddelde?
De fout die bijna iedereen maakt
De prooi neemt af. Komt dat altijd door de roofdieren?
Dichtheidsafhankelijke factoren zoals concurrentie en ziekte worden sterker als het vol wordt. Dichtheidsonafhankelijke factoren zoals vorst of droogte slaan toe ongeacht het aantal. Een goed antwoord weegt beide, en noemt hoe je ze uit de grafiek haalt.
Een S-curve en een J-curve
Een J-curve groeit door tot het misgaat; een S-curve vlakt af bij de draagkracht. Noem welke van de twee je ziet en waarom, dan heb je de helft van het antwoord al staan.
Check jezelf
Wat is de draagkracht?
Welke piek komt eerst?
Wat is een dichtheidsonafhankelijke factor?
Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 9-10-2026.