celmembraan
Biologie vwoHet laagje om de cel dat bepaalt wat er in en uit mag. Het is selectief doorlaatbaar: kleine en vetachtige stoffen gaan er makkelijk door, grote en geladen niet zomaar.
Hoort bij Cel en stofwisseling, eindterm B2.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- actief transport
- Een stof juist tegen de stroom in door een membraan duwen, van weinig naar veel.
- aerobe dissimilatie
- Verbranding met zuurstof, in de mitochondriƫn.
- assimilatie
- Opbouwen: van kleine bouwstenen grote moleculen maken.
- ATP
- Het molecuul waarin een cel energie verhandelt.
- denatureren
- Het verliezen van de vorm van een eiwit door hitte, zuur of zout, waardoor het niet meer werkt.
- diffusie
- Het vanzelf verspreiden van deeltjes van een plek met veel naar een plek met weinig.
- dissimilatie
- Afbreken om aan energie te komen, meestal glucose met zuurstof.
- enzym
- Een eiwit dat een reactie in een cel versnelt zonder zelf op te raken.