Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
7 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
passieve immunisatie
Je krijgt kant en klare antistoffen toegediend. Dat werkt meteen, maar kort, want je maakt zelf geen geheugencellen aan.
-
antistof
Een eiwit dat precies op het oppervlak van één ziekteverwekker past en hem onschadelijk maakt of markeert voor opruiming.
-
antigeen
Een stof op het oppervlak van een indringer die je afweer herkent als vreemd. Op dat antigeen wordt de antistof gemaakt.
-
actieve immunisatie
Je lichaam maakt zelf antistoffen, doordat je de ziekte hebt gehad of een vaccinatie hebt gekregen. Het duurt even, maar het werkt lang.
-
immuun
Zo goed voorbereid op een ziekteverwekker dat je er niet of nauwelijks ziek van wordt. Dat komt door geheugencellen van een eerdere keer.
-
geheugencel
Een afweercel die na een besmetting of een prik blijft bestaan. Daardoor gaat de tweede reactie in uren in plaats van dagen.
-
vaccinatie
Een prik met een onschadelijk stukje of verzwakte vorm van een ziekteverwekker. Je maakt er antistoffen en geheugencellen tegen aan.