Naar de inhoud
Inloggen

Antistoffen en vaccinatie

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

7 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. vaccinatie

    Een prik met een onschadelijk stukje of verzwakte vorm van een ziekteverwekker. Je maakt er antistoffen en geheugencellen tegen aan.

    Naar de les over Antistoffen en vaccinatie

  2. antigeen

    Een stof op het oppervlak van een indringer die je afweer herkent als vreemd. Op dat antigeen wordt de antistof gemaakt.

    Naar de les over Antistoffen en vaccinatie

  3. geheugencel

    Een afweercel die na een besmetting of een prik blijft bestaan. Daardoor gaat de tweede reactie in uren in plaats van dagen.

    Naar de les over Antistoffen en vaccinatie

  4. antistof

    Een eiwit dat precies op het oppervlak van één ziekteverwekker past en hem onschadelijk maakt of markeert voor opruiming.

    Naar de les over Antistoffen en vaccinatie

  5. immuun

    Zo goed voorbereid op een ziekteverwekker dat je er niet of nauwelijks ziek van wordt. Dat komt door geheugencellen van een eerdere keer.

    Naar de les over Antistoffen en vaccinatie

  6. passieve immunisatie

    Je krijgt kant en klare antistoffen toegediend. Dat werkt meteen, maar kort, want je maakt zelf geen geheugencellen aan.

    Naar de les over Antistoffen en vaccinatie

  7. actieve immunisatie

    Je lichaam maakt zelf antistoffen, doordat je de ziekte hebt gehad of een vaccinatie hebt gekregen. Het duurt even, maar het werkt lang.

    Naar de les over Antistoffen en vaccinatie

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 144 begrippen.

1 onderwerp
1 onderwerp
1 onderwerp
1 onderwerp
2 onderwerpen
2 onderwerpen
1 onderwerp
4 onderwerpen
1 onderwerp
1 onderwerp
2 onderwerpen
3 onderwerpen
1 onderwerp
6 onderwerpen
4 onderwerpen
Begin opnieuw