gedrag
Biologie havoAlles wat een organisme waarneembaar doet. Je legt het uit met de vraag hoe het werkt én met de vraag waar het goed voor is; dat zijn twee verschillende antwoorden.
Hoort bij Ecologie, eindterm D2.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- aangeboren gedrag
- Gedrag dat er van begin af aan is en niet geleerd hoeft te worden, zoals zuigen bij een baby.
- aangeleerd gedrag
- Gedrag dat verandert door ervaring.
- voedselweb
- Alle voedselrelaties in een gebied door elkaar.
- indicatorsoort
- Een soort die alleen voorkomt onder bepaalde omstandigheden.
- abiotische factor
- Een invloed uit de niet-levende omgeving: temperatuur, licht, water, bodem, zuurgraad.
- kringloop
- De weg die stoffen in een ecosysteem steeds opnieuw afleggen, zoals koolstof en stikstof.
- ecosysteem
- Alle organismen in een gebied samen met hun omgeving, en alles wat daartussen gebeurt.
- sleutelsoort
- Een soort waar veel andere soorten van afhangen.