Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

cel

Biologie havo

De kleinste eenheid die leeft. Een cel heeft een celmembraan, cytoplasma en bij planten ook een celwand. Alles wat een organisme doet, gebeurt uiteindelijk in cellen.

Hoort bij Cel en stofwisseling, eindterm A14.

Waar je dit tegenkomt

Begrippen die hierbij horen

orgaan
Een deel van een organisme dat uit verschillende weefsels bestaat en samen één taak doet, zoals het hart of een blad.
organisatieniveau
De schaal waarop je kijkt: molecuul, cel, weefsel, orgaan, organisme, populatie, ecosysteem.
weefsel
Een groep cellen van dezelfde soort die samen één taak doen, zoals spierweefsel of bladgroenweefsel.
eiwitsynthese
Het maken van een eiwit naar het voorbeeld van een gen: eerst wordt het gen overgeschreven in RNA, daarna wordt dat RNA buiten de kern vertaald in een rij aminozuren.
codon
Een groepje van drie basen in het mRNA dat voor één aminozuur staat.
stamcel
Een cel die zich nog kan delen én nog kan specialiseren.
mitochondrion
Het onderdeel waar de verbranding plaatsvindt.
substraat
De stof waar een enzym op past en mee werkt.

Hetzelfde woord bij een ander vak

Overhoor jezelf op dit begrip Hele begrippenlijst