organisatieniveau
Biologie havoDe schaal waarop je kijkt: molecuul, cel, weefsel, orgaan, organisme, populatie, ecosysteem. Een goed antwoord blijft niet op één niveau hangen.
Hoort bij Vaardigheden, eindterm A14.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- cel
- De kleinste eenheid die leeft.
- orgaan
- Een deel van een organisme dat uit verschillende weefsels bestaat en samen één taak doet, zoals het hart of een blad.
- weefsel
- Een groep cellen van dezelfde soort die samen één taak doen, zoals spierweefsel of bladgroenweefsel.
- programma van eisen
- De meetbare eisen die je vooraf opschrijft voor een ontwerp.
- preparaat
- Het stukje materiaal onder de microscoop, vaak dun gesneden en gekleurd zodat je de structuren kunt onderscheiden.
- leerdoel
- In één zin wat je nog niet kunt, bijvoorbeeld: ik haal mitose en meiose door elkaar.
- beargumenteerd oordeel
- Een oordeel waarbij je wetenschappelijke argumenten, maatschappelijke normen en persoonlijke opvattingen uit elkaar houdt.
- model
- Een vereenvoudigde voorstelling van de werkelijkheid om iets uit te leggen of te voorspellen.