Statistiek met je rekenmachine
Ongeveer 7 minuten. Hij rekent, jij kiest en jij legt uit.
Waarvoor je hem gebruikt
Bij dertig of meer getallen is met de hand een gemiddelde uitrekenen zonde van je tijd en vragen om fouten.
Zet de getallen in een lijst en je apparaat geeft in één keer het gemiddelde, de mediaan, de kwartielen en het aantal. Daarmee heb je alles voor een boxplot.
Wat hij niet doet is beslissen welk kengetal past bij de vraag, of uitleggen wat het betekent. Dat blijft jouw werk, en daar gaan de meeste punten over.
Drie stappen
De middelste stap is de makkelijkste. De eerste en de laatste kosten de punten.
Zo werk je
Voer de getallen in
Eén lijst per variabele. Tel na of je er evenveel hebt ingevoerd als er in de opgave staan, want één vergeten getal verandert alles.
Vraag de kengetallen op
Gemiddelde, mediaan, Q1, Q3 en het aantal. Schrijf ze over op je blaadje, want je hebt ze straks nodig voor je uitleg.
Schrijf op wat het betekent
Niet alleen het getal, maar de zin erbij. "De mediaan is 7, dus de helft van de klas haalde een 7 of hoger."
De fout die bijna iedereen maakt
Je rekenmachine geeft 6,84. Wat schrijf je op?
Een kaal getal is zelden het hele antwoord. Een examenvraag wil weten welk kengetal het is, in welke eenheid, en wat het zegt over de groep.
Controleer je invoer met het aantal
Elk statistiekmenu geeft ook n, het aantal waarnemingen. Klopt dat niet met de opgave, dan heb je iets vergeten of dubbel ingevoerd. Dat is de snelste controle die er is.
Check jezelf
Wat controleer je als eerste na het invoeren?
Welke kengetallen heb je nodig voor een boxplot?
Wat kan je rekenmachine niet voor je doen?
Wanneer gebruik je liever de rekenmachine dan je hoofd?