Naar de inhoud

Wiskunde A havo

Procenten en de groeifactor

Ongeveer 9 minuten. Vermenigvuldigen in plaats van optellen, en je maakt de klassieke fout niet meer.

Zet een percentage om in een groeifactor en vermenigvuldig. Optellen en aftrekken van procenten leidt je op het verkeerde been.

Waarom niet gewoon optellen?

Twintig procent erbij en daarna twintig procent eraf brengt je niet terug bij het begin. Dat voelt vreemd, maar het klopt.

Die tweede twintig procent gaat namelijk over een groter bedrag. Je trekt er dus meer af dan je erbij deed.

Met groeifactoren zie je het meteen: 1,20 × 0,80 = 0,96. Je houdt 96 procent over.

Erbij en er weer af

€ 100× 1,20€ 120× 0,80€ 96dus geen 100, maar 961,20 × 0,80 = 0,96

De tweede stap rekent over 120 euro, niet over 100. Daar zit het verschil.

In 3 stappen

1

Maak van het percentage een groeifactor

Erbij: 1 + p/100. Eraf: 1 − p/100. Dus 15 procent erbij is 1,15 en 15 procent eraf is 0,85.

2

Vermenigvuldig

Meerdere stappen achter elkaar? Vermenigvuldig de groeifactoren met elkaar. De volgorde maakt niet uit.

3

Reken terug naar een percentage

Trek 1 van de groeifactor af en vermenigvuldig met 100. Uit 0,96 volgt −4 procent.

De fout die bijna iedereen maakt

Een trui van 100 euro wordt 20 procent duurder en daarna 20 procent goedkoper. Wat kost hij dan?

weer 100 euroklopt niet

Honderd euro wordt 120. Daar gaat 20 procent vanaf, maar dat is 24 euro en geen 20. Je houdt 96 over, want de tweede stap rekent over een ander bedrag.

Procent of procentpunt?

Gaat een rente van 2 naar 3 procent, dan is dat 1 procent*punt* erbij, maar wel 50 procent méér rente. Lees goed welke van de twee er gevraagd wordt, want het scheelt een factor.

Check jezelf

Een prijs stijgt met 25 procent. Wat is de groeifactor?

De oude prijs is 100 procent, daar komt 25 bij. Samen 125 procent, en dat is 1,25.

Een aantal daalt twee jaar op rij met 10 procent. Wat is de groeifactor over die twee jaar?

0,90 × 0,90 = 0,81. Er is dus 19 procent af en niet 20, om dezelfde reden als in het voorbeeld hierboven.

De groeifactor is 1,08. Wat betekent dat?

Trek 1 eraf en je houdt 0,08 over. Maal 100 is 8 procent.

Na 25 procent korting kost een trui 60 euro. Wat was de oude prijs?

De groeifactor was 0,75. Terugrekenen doe je door te delen: 60 / 0,75 = 80 euro.

Hoort bij jouw boek

Er zijn nog geen methodes ingesteld voor dit vak.

En nu?

Alle onderwerpen van wiskunde a havo Of kies een ander vak