Een grafiek die je op het verkeerde been zet
Ongeveer 8 minuten. Kijk eerst naar de as, pas daarna naar de staven.
Waarom dit vaak misgaat
Je oog vergelijkt oppervlakken en hoogtes, niet getallen. Een staaf die twee keer zo hoog is voelt als twee keer zoveel.
Begint de as niet bij nul, dan klopt dat gevoel niet meer. Vier staven van 96, 100, 104 en 108 zien er bij een as vanaf 95 uit als een verdubbeling.
Dat hoeft geen opzet te zijn. Soms is inzoomen juist nuttig, bijvoorbeeld bij lichaamstemperatuur. Maar je moet het wel zien.
Dezelfde cijfers, twee keer
Boven en onder staan precies dezelfde vier getallen.
Zo beoordeel je een grafiek
Begint de as bij nul?
Zo niet, kijk dan naar de echte getallen voordat je iets over de grootte van het verschil zegt.
Wat staat er op de assen?
Absolute aantallen of percentages? Van hoeveel mensen? Zonder dat weet je niet of 60 procent veel of weinig voorstelt.
Hoort het plaatje bij de vraag?
Een grafiek over heel Nederland zegt niets over één school. Kijk of de gegevens bij de uitspraak passen.
De fout die bijna iedereen maakt
Een staaf is twee keer zo hoog als de andere. Wat concludeer je?
Alleen bij een as die bij nul begint komt de hoogte overeen met de hoeveelheid. Is de as afgeknot, lees dan gewoon de getallen af en reken zelf.
Let ook op het aantal
Een percentage zonder aantal is lastig te wegen. Tachtig procent van tien mensen is iets heel anders dan tachtig procent van tienduizend. Vraag altijd: van hoeveel?
Check jezelf
Waar kijk je het eerst naar bij een staafdiagram?
Is een afgeknotte as altijd misleidend?
Een krant meldt: 80 procent is voor. Wat wil je nog weten?
Twee staven van 96 en 108, met een as die bij 95 begint. Wat is het echte verschil?