Naar de inhoud

Scheikunde havo

Namen en formules

Ongeveer 9 minuten. Van naam naar formule en terug. De naam verraadt uit welke deeltjes het bestaat.

Kijk eerst welke soort stof het is. Een moleculaire stof vertelt zijn aantallen in de naam, bij een zout moet je de ladingen opzoeken.

Twee systemen naast elkaar

Bij moleculaire stoffen, dus twee niet-metalen, staan de aantallen in de naam: koolstofdioxide is CO2 en distikstofpentaoxide is N2O5.

Bij een zout, dus een metaal met een niet-metaal, staan er geen aantallen in de naam. Natriumchloride is NaCl en calciumchloride is CaCl2: de ladingen bepalen de verhouding.

Daarom is de eerste vraag altijd welke soort stof je voor je hebt. Daarna weet je ook welk systeem je moet gebruiken.

Welke kant ga je op?

mono, di, tri, tetra, penta1, 2, 3, 4, 5twee niet-metalende naam telt de atomenmetaal met niet-metaalde ladingen bepalen de verhoudingeen indexhoort bij het atoom ervooreerst de soort, dan het systeem

Mono laat je weg bij het eerste deel: CO is koolstofmonoöxide, niet monokoolstof.

Van naam naar formule

1

Kijk welke soort stof het is

Staat er een metaal in de naam, dan is het een zout. Twee niet-metalen betekent een molecuul.

2

Bij een molecuul: lees de voorvoegsels

Zwaveltrioxide is één zwavel en drie zuurstof, dus SO3. Staat er geen voorvoegsel bij het eerste deel, dan is het er één.

3

Bij een zout: zoek de ladingen op

Wissel ze kruislings om en vereenvoudig. Magnesium met chloride wordt MgCl2.

4

Controleer je formule

Bij een zout moet de lading samen nul zijn. Bij een molecuul moeten de aantallen kloppen met de voorvoegsels.

De fout die bijna iedereen maakt

Hoe schrijf je calciumchloride op?

CaClklopt niet

In de naam van een zout staan geen aantallen, dus die moet je zelf uitrekenen. Calcium is Ca²⁺ en chloride is Cl⁻, dus er zijn twee chloride-ionen nodig om op nul uit te komen.

Een index geldt alleen voor het atoom ervoor

In H2SO4 slaat de 2 op de waterstof en de 4 op de zuurstof; er is maar één zwavel. Staat er een haakje, zoals in Ca(NO3)2, dan geldt de index voor alles tussen de haakjes.

Check jezelf

Wat is de formule van koolstofdisulfide?

Di hoort bij sulfide, dus twee zwavel. Bij koolstof staat geen voorvoegsel, dus één.

Waarom staat er geen voorvoegsel in de naam natriumoxide?

Bij zouten reken je de verhouding uit met de ladingen. Natriumoxide is Na2O, en dat lees je niet aan de naam af.

Hoeveel zuurstofatomen zitten er in Ca(NO3)2?

De index 2 geldt voor alles tussen de haakjes: twee keer drie zuurstof is zes.

Welke stof is moleculair?

Zwavel en zuurstof zijn allebei niet-metalen, dus die vormen een molecuul. De andere twee zijn een metaal met een niet-metaal, en dus zouten.

Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 9-10-2026.

En nu?

Alle onderwerpen Ander vak