De formule van een zout opstellen
Ongeveer 9 minuten. Twee ladingen uit Binas, en de formule rolt eruit.
Wat je eigenlijk opschrijft
Een zout bestaat uit ionen: deeltjes met een lading. Natrium is Na⁺ en chloride is Cl⁻.
In een zoutkristal zitten die ionen in een vast patroon door elkaar heen. Je kunt er geen los molecuul uit knippen.
De formule geeft daarom alleen de verhouding. NaCl betekent: op elk natriumion zit precies één chloride-ion.
Kruislings wisselen
De lading van het ene ion wordt de index van het andere. Daarna deel je zo ver mogelijk door.
In 4 stappen naar de formule
Zoek beide ionen op
In Binas staan de ionen met hun lading. Calcium is Ca²⁺, nitraat is NO₃⁻.
Wissel de ladingen kruislings
Het getal van de ene lading wordt de index van het andere ion. Ca²⁺ met NO₃⁻ geeft Ca(NO3)2.
Vereenvoudig de verhouding
Kun je beide indexen door hetzelfde getal delen, doe dat dan. Mg²⁺ met O²⁻ geeft eerst Mg2O2, en dat wordt MgO.
Controleer of het nul is
Tel alle plussen en minnen op. Komt er niet nul uit, dan is er onderweg iets misgegaan.
De fout die bijna iedereen maakt
Calcium heeft lading 2+ en chloride 1−. Toch schrijven veel leerlingen dit op.
Eén Ca²⁺ levert twee plussen. Daar heb je dus twee chloride-ionen voor nodig. De 2 uit de lading van calcium wordt de index van chloor.
Haakjes bij samengestelde ionen
Heb je meer dan één samengesteld ion nodig, zet het dan tussen haakjes: Ca(NO3)2. Zonder haakjes staat er CaNO32, en dat is iets totaal anders.
Check jezelf
Wat is de formule van het zout met Mg²⁺ en Cl⁻?
Waarom staat er in NaCl nergens een getal?
Welke formule hoort bij aluminiumsulfaat, met Al³⁺ en SO₄²⁻?
Je komt uit op Mg2O2. Wat doe je?