context
Scheikunde havoDe situatie waarin een vraag is verpakt: een fabriek, een ziekenhuis, een meer. Je haalt er het chemische concept uit, rekent daarmee, en vertaalt je antwoord terug.
Hoort bij Vaardigheden, eindterm A11.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- atoommodel
- De voorstelling van een atoom die we op dit moment gebruiken.
- beargumenteerd oordeel
- Een oordeel waarbij je de feiten, de norm en je eigen afweging uit elkaar houdt en benoemt waarop je oordeel rust.
- vaktaal
- De woorden en symbolen waarmee je in de chemie precies kunt zijn: deeltjessoort, fase, binding, formule.
- systeem
- Het stuk werkelijkheid binnen een grens die jij kiest, met stromen die erin en eruit gaan.
- leerdoel
- In één zin wat je nog niet kunt, bijvoorbeeld: ik vergeet de molverhouding.
- bronkritiek
- Nagaan wie een bron gemaakt heeft, waarop die berust en of hij bij jouw vraag past.
- programma van eisen
- De meetbare eisen die je vooraf aan een opstelling of een proces stelt.