Schakelingen en de inwendige weerstand
Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
11 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
serieschakeling
Onderdelen achter elkaar in één kring. De stroom is overal gelijk en de spanningen tellen op.
-
parallelschakeling
Onderdelen naast elkaar tussen dezelfde twee punten. De spanning is over alle takken gelijk en de stromen tellen op.
-
inwendige weerstand
De weerstand van de bron zelf. Daardoor zakt de spanning op de polen als er meer stroom loopt.
-
watt
De eenheid van vermogen, met symbool W. Een apparaat van 1000 watt gebruikt duizend joule per seconde.
-
kilowattuur
De eenheid waarin je energierekening rekent. Het is het verbruik van duizend watt gedurende een uur.
-
vervangingsweerstand
De ene weerstand die hetzelfde doet als een hele schakeling. In serie tel je de weerstanden op, parallel wordt hij kleiner dan de kleinste.
-
wet van Ohm
Het verband dat de spanning gelijk is aan de stroomsterkte keer de weerstand. Hij geldt alleen als de weerstand niet van de stroom afhangt.
-
spanning
Het energieverschil per eenheid lading tussen twee punten, in volt. Hij is wat de stroom door een kring duwt.
-
weerstand
Hoe sterk een onderdeel de stroom tegenhoudt, in ohm. Hij is de spanning gedeeld door de stroomsterkte.
-
vermogen
Het aantal joule per seconde, in watt. Je rekent het uit met de energie gedeeld door de tijd.
-
stroomsterkte
De hoeveelheid lading die per seconde voorbijkomt, in ampère.