Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
11 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
activiteit
Het aantal kernen dat per seconde vervalt, in becquerel. Hij neemt af met de halveringstijd.
-
becquerel
De eenheid van activiteit, één verval per seconde.
-
betastraling
Straling van elektronen uit een kern. Hij komt verder dan alfastraling en wordt tegengehouden door een paar millimeter aluminium.
-
halveringstijd
De tijd waarin de helft van de kernen is vervallen. Na twee halveringstijden is er een kwart over.
-
equivalente dosis
De geabsorbeerde dosis keer een weegfactor voor de soort straling, in sievert. Die factor is voor alfastraling veel hoger dan voor gammastraling.
-
achtergrondstraling
De straling die er altijd is, uit de bodem, de lucht en het heelal. Elke meting van een bron moet je daarvoor corrigeren.
-
alfastraling
Straling van heliumkernen. Hij heeft een korte dracht en komt niet door papier, maar is binnen het lichaam juist gevaarlijk.
-
geabsorbeerde dosis
De stralingsenergie die een kilogram weefsel opneemt, in gray. Hij zegt nog niets over de schade.
-
halveringsdikte
De dikte van een afschermend materiaal waarbij de helft van de straling doorkomt. Twee van die diktes laat een kwart door.
-
ioniserende straling
Straling met genoeg energie om elektronen uit atomen te slaan. Daardoor kan hij cellen beschadigen.
-
gammastraling
Straling zonder massa en zonder lading, met de grootste dracht. Je houdt hem alleen tegen met dik lood of beton.