Van formule naar naam en terug
Ongeveer 9 minuten. Bij moleculaire stoffen tel je, bij zouten niet.
De voorvoegsels
Mono is een, di is twee, tri is drie en tetra is vier. CO2 heeft twee zuurstofatomen, dus koolstofdioxide.
Mono laat je weg bij het eerste deel. CO heet koolstofmono-oxide en niet monokoolstofmono-oxide.
Water en ammoniak houden hun gewone naam. Die zijn zo gangbaar dat niemand ze dihydrogeenoxide noemt.
Zes voorbeelden
Zie je een metaal vooraan, dan is het een zout en gebruik je geen voorvoegsel.
Van formule naar naam
Kijk of het een zout is
Staat er een metaal vooraan, zoals Na, Ca of Mg, dan is het een zout. Anders is het een moleculaire stof.
Noem het eerste deel
Bij een zout de naam van het metaal. Bij een moleculaire stof de naam van het element, met een voorvoegsel als er meer dan een atoom is.
Noem het tweede deel op -ide
Zuurstof wordt oxide, chloor wordt chloride, zwavel wordt sulfide. Bij een moleculaire stof zet je daar het voorvoegsel voor.
Plak het aan elkaar
CaCl2 wordt calciumchloride. SO3 wordt zwaveltrioxide. Een zout krijgt dus geen tri, een moleculaire stof wel.
De fout die bijna iedereen maakt
Hoe heet CaCl2?
Calcium is een metaal, dus dit is een zout. Bij een zout laat je het voorvoegsel weg. De verhouding staat al vast door de ladingen, want een calciumion is twee keer positief en een chloride-ion een keer negatief.
Waarom er twee chloride-ionen nodig zijn
Een zout is naar buiten toe neutraal. Een calciumion heeft lading 2 plus en een chloride-ion 1 min, dus heb je er twee van nodig om op nul uit te komen.
Check jezelf
Hoe heet SO2?
Welke formule hoort bij magnesiumoxide?
Waarom staat er geen voorvoegsel in de naam van een zout?
Hoe herken je dat een stof een zout is?
In jouw boek
Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 26-10-2026.