klassieke vormentaal
Geschiedenis havoDe manier van bouwen en beeldhouwen uit de Grieks-Romeinse wereld, met zuilen en vaste verhoudingen, die in Europa steeds opnieuw is nagevolgd.
Hoort bij Orientatiekennis, eindterm B2.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- imperium
- Een rijk dat grote gebieden en volken onder een bestuur brengt, zoals het Romeinse.
- monotheisme
- Het geloof in een enkele god.
- stadstaat
- Een stad die tegelijk een zelfstandige staat is, zoals in het Griekenland van de Oudheid.
- landbouwsamenleving
- Een samenleving waarin mensen op een plek blijven en voedsel verbouwen, waardoor een overschot en bezit ontstaan.
- voedseloverschot
- Meer voedsel dan de producenten zelf nodig hebben.
- genocide
- Het stelselmatig vernietigen van een bevolkingsgroep om wie zij is.
- regent
- Een lid van de bestuurlijke bovenlaag in de Nederlandse Republiek, die zijn positie ontleende aan stedelijke ambten en niet aan adel.
- communisme
- De ideologie die de productiemiddelen in gemeenschappelijke handen wil brengen en in de praktijk een totalitaire partijstaat opleverde.