Prijs en afzet per marktvorm
Ongeveer 10 minuten. Dezelfde regel, vier uitkomsten.
Waar de uitkomsten uiteenlopen
Bij volkomen concurrentie is de vraaglijn van de aanbieder horizontaal. MO is gelijk aan de prijs, dus produceert hij tot MK gelijk is aan P.
Op lange termijn verdwijnt daar de overwinst, want nieuwe aanbieders treden toe tot de prijs gelijk is aan de laagste GTK.
Bij monopolistische concurrentie en bij een monopolie loopt de vraaglijn dalend. De prijs ligt dan boven de marginale kosten.
In een oligopolie hangt de uitkomst af van wat de ander doet. Daar komt domein F bij kijken, want dat is een spel.
Prijsnemer en prijszetter
Dezelfde regel, maar de prijs komt ergens anders vandaan.
Zo bepaal je de uitkomst
Teken of denk de vraaglijn van de aanbieder
Horizontaal bij volkomen concurrentie, dalend bij marktmacht.
Zoek waar MO gelijk is aan MK
Dat geeft de winstmaximale afzet.
Lees de prijs af op de vraaglijn
Recht boven die afzet.
Vergelijk met GTK
Ligt de prijs erboven, dan is er winst, eronder verlies.
De fout die bijna iedereen maakt
Een monopolist kan toch elke prijs vragen?
Een monopolist kiest een punt op de vraaglijn, niet een prijs los van de markt. Vraagt hij meer, dan verkoopt hij minder. Zijn macht zit erin dat hij dat punt zelf mag kiezen, niet dat de vraag verdwijnt.
Overwinst verdwijnt alleen bij vrije toetreding
Bij volkomen concurrentie en bij monopolistische concurrentie trekt winst nieuwe aanbieders aan, tot de overwinst weg is. Bij een monopolie houdt de toetredingsbarrière die winst juist in stand.
Check jezelf
Welke regel geldt in elke marktvorm?
Wat gebeurt er op lange termijn bij vrije toetreding?
Waar ligt de prijs bij marktmacht?
Wat bepaalt de uitkomst in een oligopolie?
In jouw boek
In het examen
- 2025, tijdvak 2vragen 2 en 5ExamenAntwoorden
De examens staan op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens. Wij nemen er niets uit over, je opent ze daar.
Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 29-10-2026.