homeostase
Biologie vwoHet constant houden van de omstandigheden in je lichaam, zoals temperatuur, bloedsuiker en zuurgraad. Dat gaat met meten, vergelijken en bijsturen.
Hoort bij Het organisme, eindterm B4.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- glucagon
- Het hormoon dat je bloedsuiker verhoogt door de lever glycogeen te laten afbreken tot glucose.
- glycogeen
- De opslagvorm van glucose bij dieren, vooral in de lever en de spieren.
- hormoon
- Een stof die door een klier aan het bloed wordt afgegeven en ergens anders in het lichaam iets in gang zet.
- insuline
- Het hormoon dat je bloedsuiker verlaagt: glucose gaat de cellen in en de lever slaat het overschot op als glycogeen.
- negatieve terugkoppeling
- Een regeling waarbij het antwoord de verstoring tegengaat en zichzelf daarmee uitzet.
- positieve terugkoppeling
- Een regeling waarbij het antwoord de verstoring juist versterkt, zoals bij de weeën tijdens een bevalling.
- haarvat
- Het dunste bloedvat, één cel dik.
- geheugencel
- Een afweercel die na een besmetting of een prik blijft bestaan.