Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

homeostase

Biologie vwo

Het constant houden van de omstandigheden in je lichaam, zoals temperatuur, bloedsuiker en zuurgraad. Dat gaat met meten, vergelijken en bijsturen.

Hoort bij Het organisme, eindterm B4.

Waar je dit tegenkomt

Begrippen die hierbij horen

glucagon
Het hormoon dat je bloedsuiker verhoogt door de lever glycogeen te laten afbreken tot glucose.
glycogeen
De opslagvorm van glucose bij dieren, vooral in de lever en de spieren.
hormoon
Een stof die door een klier aan het bloed wordt afgegeven en ergens anders in het lichaam iets in gang zet.
insuline
Het hormoon dat je bloedsuiker verlaagt: glucose gaat de cellen in en de lever slaat het overschot op als glycogeen.
negatieve terugkoppeling
Een regeling waarbij het antwoord de verstoring tegengaat en zichzelf daarmee uitzet.
positieve terugkoppeling
Een regeling waarbij het antwoord de verstoring juist versterkt, zoals bij de weeën tijdens een bevalling.
haarvat
Het dunste bloedvat, één cel dik.
geheugencel
Een afweercel die na een besmetting of een prik blijft bestaan.

Hetzelfde woord bij een ander vak

Overhoor jezelf op dit begrip Hele begrippenlijst