genexpressie
Biologie vwoOf een gen in een cel aan of uit staat. Alle cellen van een organisme hebben hetzelfde DNA; wat ze van elkaar laat verschillen is welke genen er worden afgelezen.
Hoort bij Cel en stofwisseling, eindterm D1.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- gen
- Een stuk DNA met de code voor één eiwit of kenmerk.
- genregulatie
- Het aan- en uitzetten van genen door eiwitten die aan het DNA binden.
- operon
- Een groepje genen dat samen wordt afgelezen en samen wordt aan- of uitgezet.
- transgeen organisme
- Een organisme waarin een gen van een andere soort is ingebracht.
- signaalstof
- Een stof die een boodschap overbrengt tussen cellen, zoals een hormoon of een neurotransmitter.
- substraat
- De stof waar een enzym op past en mee werkt.
- translatie
- De tweede stap: het mRNA wordt buiten de kern per drie basen gelezen en omgezet in aminozuren, die aan elkaar geregen worden tot een eiwit.
- turgor
- De druk van het celvocht tegen de celwand van een plantencel.