actieve immuniteit
Biologie vwoBescherming die je zelf opbouwt, doordat je de ziekte had of een prik kreeg. Er blijven geheugencellen achter, dus het gaat lang mee.
Hoort bij Het organisme, eindterm B5.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- afweer
- Alles wat je lichaam doet om ziekteverwekkers buiten te houden en op te ruimen.
- antigeen
- Een stof op het oppervlak van een indringer die je afweer herkent als vreemd.
- antistof
- Een eiwit dat precies op het oppervlak van één ziekteverwekker past en hem onschadelijk maakt of markeert voor opruiming.
- geheugencel
- Een afweercel die na een besmetting of een prik blijft bestaan.
- passieve immuniteit
- Bescherming door antistoffen die je van buiten krijgt, bijvoorbeeld van je moeder of via een injectie.
- insuline
- Het hormoon dat je bloedsuiker verlaagt: glucose gaat de cellen in en de lever slaat het overschot op als glycogeen.
- accommodatie
- Het scherpstellen van je oog door de lens boller of platter te maken.
- positieve terugkoppeling
- Een regeling waarbij het antwoord de verstoring juist versterkt, zoals bij de weeën tijdens een bevalling.