Naar de inhoud
Inloggen

Een kruisingsschema maken

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

9 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. heterozygoot

    Met twee verschillende allelen. Bij een recessieve aandoening heet zo iemand drager: zelf niets te merken, wel door te geven.

    Naar de les over Een kruisingsschema maken

  2. fenotype

    Wat je aan een organisme kunt waarnemen. Het fenotype hangt af van het genotype én van de omgeving.

    Naar de les over Een kruisingsschema maken

  3. allel

    Een van de varianten van een gen. Je hebt er twee van, één van elke ouder, en samen bepalen ze het kenmerk.

    Naar de les over Een kruisingsschema maken

  4. dominant

    Een allel dat het kenmerk laat zien ook als er maar één van is. Het overstemt het andere allel.

    Naar de les over Een kruisingsschema maken

  5. homozygoot

    Met twee dezelfde allelen voor een kenmerk. Iemand met een recessieve aandoening is altijd homozygoot.

    Naar de les over Een kruisingsschema maken

  6. genotype

    De allelen die iemand heeft, dus wat er in het DNA staat. Dat is iets anders dan wat je ziet.

    Naar de les over Een kruisingsschema maken

  7. gen

    Een stuk DNA met de code voor één eiwit of kenmerk. Een organisme heeft duizenden genen, maar in een cel staat lang niet alles aan.

    Naar de les over Een kruisingsschema maken

  8. kruisingsschema

    Een schema waarin je de geslachtscellen van beide ouders tegen elkaar uitzet, zodat je ziet welke genotypen de kinderen kunnen krijgen en in welke verhouding.

    Naar de les over Een kruisingsschema maken

  9. recessief

    Een allel dat het kenmerk alleen laat zien als er geen dominant allel naast staat, dus bij twee dezelfde.

    Naar de les over Een kruisingsschema maken

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 109 begrippen.

1 onderwerp
1 onderwerp
1 onderwerp
2 onderwerpen
1 onderwerp
4 onderwerpen
1 onderwerp
1 onderwerp
1 onderwerp
3 onderwerpen
1 onderwerp
2 onderwerpen
Begin opnieuw