Antistoffen en vaccinatie
Ongeveer 9 minuten. De tweede keer is je lichaam er veel sneller bij.
Antigeen en antistof
Op elke ziekteverwekker zitten stoffen die je lichaam herkent als vreemd. Zo'n stof heet een antigeen.
Bepaalde witte bloedcellen maken daar een antistof bij die er precies op past. Die plakt eraan vast, en daarna is de verwekker onschadelijk of makkelijk op te ruimen.
Een antistof tegen de mazelen doet niets tegen de griep. Elke antistof werkt maar tegen een antigeen.
Eerste keer tegenover tweede keer
Door de geheugencellen gaat het de tweede keer zo snel dat je vaak niets merkt.
Hoe je immuun wordt
Word besmet
De ziekteverwekker komt binnen en vermeerdert zich. Je wordt ziek, want je afweer moet nog op gang komen.
Maak de juiste antistof
Je lichaam zoekt de witte bloedcel die bij dit antigeen past en laat die zich vermenigvuldigen. Dat kost dagen.
Ruim op en onthoud
De verwekker wordt opgeruimd en je knapt op. Een deel van die cellen blijft als geheugencel achter.
Wees er de tweede keer snel bij
Komt dezelfde verwekker terug, dan maken de geheugencellen meteen veel antistoffen. Je bent immuun en merkt er vaak niets van.
De fout die bijna iedereen maakt
Wat zit er in een vaccin?
Een vaccin bevat het antigeen, bijvoorbeeld een dood of verzwakt virus of alleen een stukje ervan. Je lichaam maakt de antistoffen en de geheugencellen daarna zelf. Zo word je immuun zonder de ziekte door te maken. Dat heet actieve immunisatie.
Wanneer je wel antistoffen krijgt
Na een beet van een besmet dier krijg je soms kant en klare antistoffen ingespoten. Dat werkt meteen, maar kort, want je maakt zelf geen geheugencellen aan. Dat heet passieve immunisatie.
Check jezelf
Wat is een antigeen?
Waarom word je de tweede keer meestal niet ziek?
Wat zit er in de meeste vaccins?
Wat is het nadeel van passieve immunisatie?
Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 26-10-2026.