Aangeboren en aangeleerd gedrag
Ongeveer 8 minuten. Sommig gedrag kun je meteen, de rest moet je leren.
Gedrag beschrijven zonder in te vullen
Wie gedrag onderzoekt, schrijft eerst op wat er precies te zien is. Dus niet dat een hond blij is, maar dat hij met zijn staart kwispelt en op je af rent.
Dat heet een gedragsbeschrijving. Blijheid kun je niet meten, kwispelen wel, en je kunt het tellen en vergelijken.
Pas daarna mag je een verklaring zoeken. Doe je dat andersom, dan zie je alleen nog wat je al dacht te zien.
Twee soorten gedrag
De grens is niet hard. Veel gedrag begint aangeboren en wordt door ervaring bijgeschaafd.
Hoe je het uit elkaar houdt
Vraag of het geleerd kon worden
Doet een pasgeboren dier het al, dan kan het niet aangeleerd zijn. Dan is het aangeboren.
Kijk of alle soortgenoten het hetzelfde doen
Aangeboren gedrag ziet er bij elk individu bijna gelijk uit. Aangeleerd gedrag verschilt van dier tot dier.
Kijk of het verandert
Wordt het gedrag met oefening beter, dan zit er een geleerd deel in. Een reflex wordt niet beter van oefenen.
Zoek de beloning
Wordt gedrag vaker vertoond omdat er iets prettigs op volgt, dan is het aangeleerd. Dat heet conditioneren.
De fout die bijna iedereen maakt
Een hond kwispelt als jij thuiskomt. Wat schrijf je op als onderzoeker?
Blijheid zit in het hoofd van de hond en die kun je niet waarnemen. Een gedragsbeschrijving bevat alleen wat je kunt zien en tellen. De verklaring komt erna, en dan weet je ook waar hij vandaan komt.
Inprenting zit er tussenin
Jonge ganzen volgen wat ze vlak na het uitkomen zien bewegen. Dat volgen is aangeboren, maar wie ze volgen leren ze in een korte periode. Dat heet inprenting.
Check jezelf
Wat is kenmerkend voor aangeboren gedrag?
Welke zin is een gedragsbeschrijving?
Een hond gaat zitten omdat hij daarna een koekje krijgt. Hoe heet dat?
Waarom is inprenting een tussenvorm?
Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 26-10-2026.