gen
Biologie havoEen stuk DNA met de code voor één eiwit of kenmerk. Een organisme heeft duizenden genen, maar in een cel staat lang niet alles aan.
Hoort bij Erfelijkheid en voortplanting, eindterm D1.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- genexpressie
- Of een gen in een cel aan of uit staat.
- diploïd
- Met chromosomen in paren, dus twee van elke soort.
- ongeslachtelijke voortplanting
- Nageslacht uit één ouder, genetisch identiek.
- allel
- Een van de varianten van een gen.
- dominant
- Een allel dat het kenmerk laat zien ook als er maar één van is.
- meiose
- De deling die geslachtscellen maakt.
- genotype
- De allelen die iemand heeft, dus wat er in het DNA staat.
- chromosoom
- Een opgerolde streng DNA.