Werken met de atlas
Ongeveer 9 minuten. De juiste kaart vinden is het halve werk, en vaak heb je er twee nodig.
Sneller de goede kaart vinden
Het register achterin geeft je een plaatsnaam met bladzijde en vakje. Dat is sneller dan bladeren, zeker als je het gebied niet kent.
De inhoudsopgave helpt bij een onderwerp. Klimaat, bevolking, landbouw en bodemgebruik hebben eigen kaarten, vaak van hetzelfde gebied.
Je hebt meestal twee kaarten nodig. Een kaart met het verschijnsel en een kaart met een mogelijke oorzaak, en daar leg je het verband tussen.
Let op de schaal. Op een kleine schaal zie je een heel werelddeel maar weinig detail, op een grote schaal zie je een klein gebied heel precies.
Twee kaarten, een verband
Een kaart alleen verklaart nog niets.
Zo zoek je gericht
Bepaal wat je nodig hebt
Een plaats, een gebied of een onderwerp.
Gebruik register of inhoudsopgave
Plaatsnaam in het register, onderwerp in de inhoud.
Zoek een tweede kaart
Een kaart die een oorzaak kan laten zien.
Beschrijf het verband
Noem beide kaarten en gebruik een woord als daardoor.
De fout die bijna iedereen maakt
Is een kaart op kleine schaal een kaart van een klein gebied?
De schaal zegt hoe sterk de werkelijkheid verkleind is. Bij een kleine schaal is alles sterk verkleind, dus past er een heel werelddeel op het blad, maar zie je weinig detail.
Noem bij welke kaart je zat
In antwoordmodellen staat vaak een punt voor het gebruik van de atlas. Schrijf welke kaart je gebruikte en welk gegeven je eruit haalde, dan is dat punt binnen.
Werken met de atlas
Check jezelf
Waarmee zoek je een plaatsnaam?
Hoeveel kaarten heb je meestal nodig?
Wat betekent een kleine schaal?
Wat levert vaak een punt op?
In jouw boek
De begrippen uit deze les
- kaartschaal
- Hoe sterk de werkelijkheid is verkleind. Een kleine schaal toont een groot gebied met weinig detail.
Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 28-10-2026.