Naar de inhoud
Inloggen

Nask2 vmbo gl/tl

Een onderzoek van begin tot eind

Ongeveer 9 minuten. Vraag, werkwijze, meten, rekenen en conclusie. In één onderzoek komt alles langs.

In een eigen onderzoek gebruik je alles tegelijk. Het struikelblok is bijna nooit de chemie, maar de werkwijze die niet na te doen is en de conclusie die geen antwoord geeft.

Waar het meestal vastloopt

Veel groepjes beginnen met meten voordat de vraag scherp is. Dan heb je getallen waar achteraf geen conclusie uit volgt.

Een tweede valkuil is het vergeten van wat gelijk moet blijven. Verander je twee dingen tegelijk, dan weet je niet welke het verschil maakte.

De derde is de eenheid. Een getal zonder eenheid is op een examen geen antwoord, ook niet als het getal klopt.

En de vierde is het slot. Je hebt netjes gemeten, maar niemand antwoordt in één zin op de vraag die bovenaan staat.

De zes stappen

1 onderzoeksvraag2 hypothese3 werkwijze4 meten in een tabel5 rekenen met eenheden6 conclusie met antwoord

De laatste stap is de stap die het vaakst wordt overgeslagen.

Zo houd je het op de rails

1

Schrijf de vraag op je eerste blad

Alles wat je daarna doet moet die vraag dienen. Twijfel je bij een meting, kijk dan naar die regel.

2

Noem wat je varieert en wat gelijk blijft

Eén ding varieert, de rest blijft gelijk. Zet dat allebei met getallen in je werkwijze.

3

Vul je tabel tijdens het meten

Eenheden in de kop, getallen eronder. Achteraf reconstrueren gaat altijd mis.

4

Reken met de eenheid mee

Schrijf de eenheid bij elke stap op. Zo zie je zelf wanneer je gram en milliliter door elkaar haalt.

5

Antwoord in één zin

Begin je conclusie met het antwoord en het getal. Daarna mag de nuance komen.

De fout die bijna iedereen maakt

Wat is er mis met deze conclusie bij de vraag hoeveel zout er in een oplossing zat?

er zat vrij veel zout ingeen antwoord

De vraag was hoeveel. Dan hoort er een getal met een eenheid in je antwoord. Vrij veel is een oordeel en daar staat geen punt op.

Laat je werkwijze lezen door een ander groepje

Kunnen zij hem uitvoeren zonder jou iets te vragen, dan is hij compleet. Komen er vragen, dan weet je precies welk getal of welke tijd je vergeten bent.

Een onderzoek van begin tot eind

Check jezelf

Hoeveel dingen varieer je in één onderzoek?

Eén, en de rest houd je gelijk. Anders weet je niet waardoor het verschil kwam.

Waarmee begin je je conclusie?

Eerst het antwoord met het getal erbij, daarna de nuance.

Waarom schrijf je de eenheid bij elke rekenstap?

De eenheid meenemen is je eigen controle op je rekenwerk.

In jouw boek

Er zijn nog geen methodes ingesteld voor dit vak.

De begrippen uit deze les

hypothese
Je verwachting vooraf, met een reden erbij. Achteraf zeg je of hij klopte.
onderzoeksvraag
De vraag waar je onderzoek antwoord op moet geven. Die zet je bovenaan, en alles wat je daarna doet moet die vraag dienen.
variabele
Iets dat je in een proef verandert of gelijk houdt. Je verandert er maar een, anders weet je niet waardoor het verschil kwam.

Overhoor deze begrippenAlle begrippen van dit vak

Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 27-10-2026.

En nu?

Alle onderwerpen Ander vak