Van twee cellen naar een kind
Ongeveer 9 minuten. Bij de bevruchting komen twee halve sets chromosomen samen.
Waarom geslachtscellen de helft hebben
Elke gewone cel van je lichaam heeft 46 chromosomen, in 23 paren. Een geslachtscel heeft er maar 23, dus van elk paar een.
Zou dat niet zo zijn, dan had een kind er 92 en een kleinkind 184. Door te halveren blijft het aantal elke generatie gelijk.
Welke helft een geslachtscel meekrijgt, is toeval. Daarom lijken broers en zussen op elkaar zonder hetzelfde te zijn.
Vier stappen
Pas na de innesteling spreek je van een zwangerschap.
Wat de organen doen
Maak de geslachtscellen
In de teelballen worden zaadcellen gemaakt, vanaf de puberteit continu. In de eierstokken rijpt ongeveer een keer per maand een eicel.
Breng ze bij elkaar
Zaadcellen komen via de vagina en de baarmoeder in de eileider. Daar wacht de eicel, en daar vindt de bevruchting meestal plaats.
Deel en zak af
De bevruchte eicel deelt zich onderweg steeds verder. Na een paar dagen is het een bal cellen die de baarmoeder bereikt.
Hecht vast en groei
In het dikke baarmoederslijmvlies nestelt die bal zich in. Daar vormt zich de placenta, die voeding en zuurstof uit het bloed van de moeder haalt.
De fout die bijna iedereen maakt
Krijgt het kind bloed van de moeder via de placenta?
In de placenta liggen de bloedvaten van moeder en kind dicht tegen elkaar aan, maar ze lopen niet in elkaar over. Zuurstof en voeding steken over, en afvalstoffen gaan de andere kant op. Daardoor kan de moeder ook een andere bloedgroep hebben dan het kind.
Wat er ook oversteekt
Alcohol, nicotine en veel medicijnen zijn klein genoeg om de placenta te passeren. Daarom gelden die voor een zwangere ook voor het kind.
Check jezelf
Hoeveel chromosomen zitten er in een menselijke eicel?
Waar vindt de bevruchting meestal plaats?
Wat doet de placenta?
Waarom heeft een geslachtscel maar de helft van de chromosomen?
Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 26-10-2026.