Een kruisingsschema maken
Ongeveer 10 minuten. Vier hokjes, en je ziet meteen welke kansen er zijn.
Twee woorden die je uit elkaar moet houden
Je genotype is wat er in je DNA staat, bijvoorbeeld Aa. Dat kun je niet zien, dat weet je alleen uit een schema of een test.
Je fenotype is wat je ervan ziet, bijvoorbeeld bruine ogen. AA en Aa hebben een ander genotype maar hetzelfde fenotype.
Heb je twee dezelfde allelen, dan ben je homozygoot. Twee verschillende maakt je heterozygoot, en dan ben je drager.
Twee dragers kruisen
Een kans van een op vier op aa. Dat geldt bij elk kind opnieuw.
Zo vul je het schema in
Schrijf de genotypes op
Zet het genotype van beide ouders neer, bijvoorbeeld Aa en Aa. Gebruik een hoofdletter voor dominant en dezelfde kleine letter voor recessief.
Splits ze in geslachtscellen
Elke ouder geeft maar een allel door. Aa levert dus A of a. Zet die boven en links van het schema.
Vul de hokjes
Combineer per hokje de letter erboven met de letter ernaast. Zet de hoofdletter altijd voorop, dus aA schrijf je als Aa.
Lees de kansen af
Tel hoe vaak elk genotype voorkomt. Hier is dat 1 AA, 2 Aa en 1 aa, dus een kans van een op vier op aa.
De fout die bijna iedereen maakt
Twee ouders hebben al drie kinderen met genotype Aa. Wat is de kans bij het vierde kind op aa?
Bij elke bevruchting begint het schema opnieuw. De vorige kinderen veranderen niets aan welke geslachtscel deze keer meedoet. Een kans van een op vier betekent niet dat het precies een keer in de vier gebeurt.
Hoe je de letters kiest
Neem de eerste letter van de recessieve eigenschap, en gebruik daarvan de hoofdletter voor dominant. Zo horen de twee letters zichtbaar bij elkaar en haal je ze niet door elkaar met een ander gen.
Check jezelf
Wat is het verschil tussen genotype en fenotype?
Wanneer zie je een recessieve eigenschap?
Hoe noem je iemand met genotype Aa?
Twee ouders zijn allebei Aa. Hoe groot is de kans op een kind met AA?
Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 26-10-2026.